Agenda

 

 

De Lindeboom

Dansen om de Vrijheidsboom

Nu de Historische Kerkgang anno 2010 in Franse stijl werd gehouden, is het leuk om nog eens te refereren aan de Vrijheidsboom in de Beemster, de lindeboom op het Marktplein midden op het kruispunt van de Rijper- en de Middenweg in iMiddenbeemster. Deze linde werd vlak na de droogmaking daar geplant. Toen Daniël van Breen in 1644 zijn kopergravure maakte, werd die daar ook netjes bijgetekend als een al flinke boom.
De eeuwen trokken aan de boom voorbij tot eind 19de eeuw het waarschijnlijk een obstakel werd gevonden en van hogerhand werd beslist, dat de linde gekapt moest worden. De boom is dan wel verdwenen, maar nog niet vergeten. Zijn plek staat vast op de kopergrafure en er is een klaaglied ter gelegenheid van zijn verdwijnen uit het dorpsbeeld.

Fragment uit kaart van de Beemster, gemaakt door Daniel van Breen en  in koper gesneden  in 1644

Klaagtoon bij het gerucht mijnen aanstaande vernietiging
door Jacobus Bouman ( 1799-1874)

Wat wreede harde taal, doet schriklijk mij ontstellen
Toen ik het lot vernam, dat mij te wachten staat
Haast is de bijl gereed om mij ter neer te vellen
En ik zal in ’t niet vergaan, wat hulp hier voor wat raad?
Ruim tweemaal honderd jaar kon ik de storm trotseeren
Ik verdroeg hier lief en leed, stond onbeweeglijk pal
Men hield mij toen in prijs en bleef mij steeds begeeren
Thans wil men mijn verderf en werkt op mijnen val
Zoo gaat het nageslacht der vaderen wet verbreken,
De teekenen des tijds getuigen die dit niet?
Doch t’ís in mijn doel thans niet daarover hier te spreken,
Ik zie op mijn zelven neer en ’t nut dat ik steeds bied,
Bewoners van de Buurt! ‘K durf mij op u beroepen,
Was ik zoo lang gij weet niet sieraad van deez plek,
En was mijn lommer niet verkwikkend voor de groepen,
Die ‘t morgen of middaguur hier sleten in gesprek?
Vooral wanneer de zon met felle heete stralen,
Den aardbol hier bescheen en men een schuilplaats zocht,
O, dan kon immers niets bij mijnen schaduw halen,
Waar men ook op deez plaats zich henen wenden mogt.
Ik bood dan ook rustplaats aan, wanneer de wandelaren,
Van ’t loopen mat en moe, zich plaatsten om mijn stam,
Om voor den verderen tocht vernieuwde kracht te garen,
Tot men goed uitgerust die tocht weer ondernam.
Wanneer het jaarmarkt was, kon ik velen plaats verleene,
Men stond bij mij gerust en veilig voort gereë,
En had het uitzicht ook naar alle zijden henen,
Waar vind men weer die plaats, ben ik eens uit mijn steë?
Ja! Ik twijfel niet gij zult mijn val betreuren,
Gij die ‘k op het nut pas wees dat ik altijd aan u bood,
O! Wil dan aan mij de moeite waardig keuren,
Om mij, zo mogelijk waar te redden van den dood
Ook voor mijn makkers wil ik uw hulp verbeiden,
Hoe waren zij voorheen? En wat toch zijn zij thans?
Men kon in vroeger tijd in ’taanzicht zich verblijden
’ t Was alles even groen, ‘t geheel een bladen krans.
Maar nu. O! welk gezicht! Beziet eens ’t aantal staken,
Want bomen zijn ’t niet meer, zij zijn die naam onwaard,
Tot deez ellenden staat. Wist het een man te maken
Door boom verknoeijer’s kunst in deze streek vermaard.
Hij neemt hen jaarlijks waar, door er op in te hakken
En helpt dit niet genoeg, hij neemt de zaag te baat.
Tot zij in ’t eind geheel ontdaan van groen en takken,
Den dood gaan te gemoed; en dan is het te laat.
Maar nu nog is het tijd. Gij die dit schrift mocht lezen,
Zend een verzoekschrift in, opdat ons lot verkeer,
En wordt dit toegestaan dan zijnen naam geprezen
Gij hebt dan gedaan een goeden daad te meer.

De marktpleinen van Middenbeemster in 2000
Deze foto werd gemaakt in het jaar, dat Beemster tot Werelderfgoed werd uitgeroepen.

Van de lindeboom op het marktplein is helaas geen foto bekend.